De weg van Barack Obama volgens Joseph Campbell

geplaatst in: Blog | 0

In zijn inaugurele reden zei Obama tegen het Amerikaanse volk: ‘de kindertijd is voorbij.’ Hij deed een oproep aan de Amerikanen om volwassen te worden en verantwoordelijkheid te nemen voor de uitdagingen van deze tijd. Zijn persoonlijke weg naar volwassen worden beschrijft Obama in de autobiografie ‘Dromen van mijn vader’, die in 2004 uitkwam. In deze blog beschrijf ik het proces van het volwassen worden van Obama aan de hand van Joseph Campbell’s ‘held met 1000 gezichten,’ waarin Campbell aantoont dat mythen, epossen en sprookjes, eenzelfde universeel model gemeen hebben. Hij noemt dit ‘de monomythe.’ De monomythe kent drie hoofdfasen: 1) de oproep tot avontuur, 2) de inwijding en 3) de terugkeer van de held. Dat de monomythe ook van toepassing is op ons eigen leven en inzicht daarin ons kan helpen ons persoonlijk leiderschap op te nemen.

De oproep tot avontuur
Barack Obama is het kind van een Keniaanse vader en een blanke Amerikaanse moeder. Omdat zijn vader hem al vroeg verlaat, wordt hij vooral opgevoed door zijn moeder en zijn grootouders van moeders kant. Hoewel Barack zijn vader slechts eenmaal ontmoet, krijgt hij van zijn opvoeders geen negatief beeld mee van zijn afwezige vader. Integendeel: het beeld dat ze schetsen is dat van een slimme held die vanuit armoede en moeilijkheden is opgeklommen op basis van karakter en een goed stel hersenen. In de ogen van zijn moeder en grootouders is de huidskleur van Barack en zijn vader geen issue, en daarom ervaart Barack dat ook niet zo. Dit verandert als hij, tien jaar oud, in een Times Magazine een foto van een Afro-Amerikaanse man ziet die zichzelf op een chemische wijze blank heeft gemaakt. Het is het begin van een angst ‘voor een verborgen vijand, eentje die me kon pakken zonder dat ik het door had, zelfs ikzelf niet.’

Hoewel Obama diep geschokt en in de war is, schrijft hij in zijn autobiografie: ‘Ik hield deze ontdekkingen voor mezelf (…) Ik vertrouwde nog steeds op de liefde van mijn moeder maar ik werd geconfronteerd met de mogelijkheid dat haar uitleg van de wereld en de plaats van mijn vader daarin, niet helemaal volledig was.’ De foto van de chemisch-blanke man en de schok waarmee Baracks bekende, veilige wereld uiteen wordt gespleten, wordt door Joseph Campbell in zijn boek ‘The hero with a thousand faces’ the call, de oproep tot avontuur genoemd. Het is het moment waarop de held door iets van buitenaf wordt opgeroepen om een bepaalde sociale situatie te verlaten, op zichzelf komt te staan en van daaruit op zoek gaat naar de schat. In het geval van Barack betekent dit op zoek gaan naar zijn eigen verhaal. Deze zoektocht is een innerlijke weg die existentiële vragen opwerpt over wie hij is, waar zijn wortels liggen en wat hij te doen heeft. Deze vragen kan zijn moeder niet voor hem beantwoorden, noch zijn vader. Het zijn vragen waar hij alleen zelf het antwoord op kan vinden.

De gids
Volgens Joseph Cambell gaat geen enkele held zonder een gids of helpers op weg. Deze kan komen in de vorm van een echt persoon, maar ook in de vorm van een boek, film of iets anders wat ons de weg wijst. De gidsen leiden de held door de volgende fase die Joseph Campbell the road of trials noemt. Voor Barack Obama is de road of trials een pijnlijke zoektocht naar zijn identiteit. Naarmate hij ouder wordt, naar een overwegend blanke middelbare school gaat en daarna politicologie gaat studeren, ervaart hij steeds sterker een diepe vertwijfeling over waar hij nu thuishoort. Hij kan noch aarden in de witte gemeenschap, noch in de Afro-Amerikaanse gemeenschap.

Een belangrijke gids die de jonge Obama de weg wijst, ontmoet hij na zijn studie politicologie, wanneer hij als opbouwwerker in Chicago werkt. Deze gids heet Assante, en is leraar op een school met voornamelijk Afro-Amerikaanse leerlingen. Hij vertelt Obama over het belang van het kennen van je roots. Assante is hem daarin voorgegaan, door zelf terug te gaan naar zijn wortels in het land van zijn voorvaderen. Na die reis kwam hij tot de volgende conclusie: ‘Het beginpunt van elke opleiding moet zijn dat een kind inzicht krijgt in zichzelf, zijn cultuur, zijn gemeenschap.’ Aan het eind van hun gesprek verzekert Assante Obama dat zijn leven zal veranderen als hij op zoek gaat naar zijn wortels, in Kenia.

Road of trials- weg van beproevingen
Na deze ontmoeting met Assante, komt Obama in contact met zijn halfzus Auma. Zij heeft veel meer van zijn vader meegemaakt dan hij en vertelt een ander verhaal over hem dan dat hij kende. Haar verhaal over een falende vader en politicus is realistischer. Auma’s verhaal doet de heldenmythe afbrokkelen die Obama van zijn moeder te horen heeft gekregen. Nu zijn vader al een aantal jaren overleden is, vindt Obama, door het contact met zijn zus en een oudere broer, de moed om naar Kenia te gaan, een reis waarop Auma hem vergezelt.

In Kenia ontmoet hij een heleboel verwanten die, ieder met andere herinneringen aan zijn vader, een completer beeld schetsen van hoe zijn vader was. Obama begint zich te realiseren dat de wereld niet alleen om hem draait. Hij is een deel van een groter geheel, van een familie en van een land, waarin meerdere levens aaneen worden geweven. Alle verhalen van zijn familieleden over zijn vader, van zijn vrouwen en kinderen, maar ook zijn voorouders, leren hem ook dat hij niet alleen staat in zijn worsteling met zijn identiteit. Zijn vader en grootvader zijn hem daarin voorgegaan.

En bij de graven van zijn vader en opa huilt hij: ‘O, vader. Er was geen schande in je verwarring. Geen schande in je angst of in de angst van je vader daarvoor. De enige schande zat in de stilte die de angst had voortgebracht. Als de stilte er niet was geweest, had je grootvader je vader misschien verteld dat hij nooit aan zichzelf kon ontsnappen noch zichzelf in zijn eentje kon herscheppen. Jouw vader had dezelfde lessen aan jou kunnen leren.’

De monomythe leert ons dat het vertrekken uit die bekende wereld en het avontuur aangaan waarin je onherroepelijk beproefd wordt, altijd iets oplevert; helden vinden een schat, trouwen met een mooie prinses of worden uiteindelijk koning. In het dagelijks leven vergeten we dat het aangaan van pijn in moeilijke tijden een functie heeft. ‘Je pijn,’ zo heeft Kahil Gibran het fraai verwoord,’ is het breken van de schaal die je inzicht omsluit.’ In die zin is de weg van beproevingen vergelijkbaar met verzorgen van een plant. Het snoeien is pijnlijk maar noodzakelijk om tot volle bloei te komen.

Voor Obama bijvoorbeeld is de pijn en de verwarring over zijn identiteit een aansporing om op zoek te gaan naar zichzelf en zijn wortels. Dat hij dat moet doen zonder de steun van zijn opvoeders of een vaderfiguur helpt hem juist op eigen benen te gaan staan en een eigen visie te ontwikkelen over hoe hij zijn leven wil inrichten. Hij wordt ook gedwongen andere identificatiefiguren te zoeken die meer passen bij zijn idealen, zoals de eerste zwarte burgemeester van Chicago, Harold Washington.

Het terugbrengen van de schat
In the Lion King wordt Simba, de zoon van de leeuwenkoning, geconfronteerd met zijn oom, die zijn vader heeft vermoord en Simba de schuld daarvan in de schoenen heeft geschoven. Halverwege de film verschijn zijn vader aan Simba en zegt hem:’ Je bent vergeten wie je was en daarom ben je mij vergeten.’ Zijn vader roept hem op de zijn rechtmatige plaats in te nemen in de cirkel van het leven. Zolang Simba slachtoffer is van zijn schuldgevoelens, kan hij geen koning zijn. Het ‘vergeten’ van zijn bestemming en het verdringen van zijn pijn door op en afgelegen plek, ver weg van het koningkrijk, te doen alsof er niets aan de hand is, houdt Simba in een kinderlijke staat.

Simba kan pas zijn plek innemen in the circle of life en koning zijn, als hij de waarheid onder ogen komt ziet dat hij niet schuldig is aan de dood van zijn vader. Het geloof in zijn schuld heeft hem van zijn vader afgekeerd, van zijn afkomst maar ook van zijn bestemming. De geest van zijn vader zegt:’ Kijk naar jezelf. Je bent meer dan je geworden bent.’Het koningschap van Simba is wat Joseph Campbell bringing back the gift noemt, het terugbrengen van de schat. Dit is de derde en de laatste fase van de monomythe, waarbij het erom gaat dat de held datgene wat hij heeft gevonden op zijn avonturen, de schat, terugbrengt in de gemeenschap. Net als Simba had Barack Obama eerst zijn innerlijk leiderschap te ontwikkelen voordat hij zich waagt aan zijn uiterlijk leiderschap: uiteindelijk het presidentschap van de Verenigde Staten. Hoewel hij geen kwaadaardige oom had te overwinnen zoals Simba, hebben zijn innerlijke demonen die hem zijn leven lang het gevoel hebben gegeven nergens thuis te horen en er als individu niet toe te doen. Door naar Kenia te gaan overwint hij deze demonen en is hij klaar om zijn rechtmatige plek weer in te nemen. Hij is volwassen geworden en een aantal jaren later is de tijd zelfs rijp om president te worden.

Leiderschap van binnenuit
De autobiografie van Barack Obama gaat niet over zijn successen als politicus, maar over een zoektocht naar zichzelf die vooraf ging aan zijn uiterlijke succes. Obama heeft het in ‘Dromen van mijn vader’ nauwelijks over wat hij moet worden, maar is vooral bezig met de vraagwat hem heeft gemaakt tot wie hij nu is. Hij heeft eerst zijn persoonlijk leiderschap te verwerven, voordat hij zich waagt aan uiterlijk leiderschap. Wat hem zo charismatisch maakt, is dat hij zijn leiderschap van binnenuit leeft.Veel jongeren maken onbewust keuzes op basis van verwachtingen van anderen, van ouders, leraren, vrienden, of gekleurd door de media. Maar deze keuzes blijken vaak niet duurzaam; na een jaar (of eerder) kiezen ze voor een andere studie of beroepsopleiding, of ze haken teleurgesteld af. En die ‘zwevende kiezers’ komen ook veelvuldig voor op de arbeidsmarkt. Ze hoppen van baan naar baan, kunnen nergens echt aarden en blijven op zoek naar de juiste plek waar ze tot bloei kunnen komen.

De ervaring leert dat het bepalen van je koers bepalen zonder het ontwikkelen van innerlijk leiderschap erg lastig is. Daarom is het noodzakelijk dat jongeren in een eerder stadium
begeleiding krijgen bij het ontwikkelen van hun innerlijk leiderschap, bijvoorbeeld voor of tijdens een studie of nieuwe baan. Wanneer ze hun innerlijk kompas hebben ontwikkeld, zijn ze gemakkelijker in staat hun koers in de uiterlijke wereld te bepalen. dan kunnen ze gemakkelijker hun koers in de uiterlijke wereld bepalen. Dit innerlijk kompas is dan een richtingsgevoel dat gestuurd wordt door zelfkennis. Kennis over wat jou heeft gemaakt tot wie je nu bent, kennis over je kwaliteiten, talenten en motivatie (je kracht), maar ook kennis over je beperkingen en leerpunten (je zwaktes).

Leef je eigen verhaal
In zijn eerste boek ‘De alchemist’ zegt Paulo Coelho dat iedereen een persoonlijke legende heeft. ‘Een Persoonlijke Legende is het pad dat we nemen wat ons vervult met enthousiasme. Het is de weg van onze dromen (…) Iedereen, vooral op jonge leeftijd, weet wat zijn Persoonlijk Legende is. Op dat punt in het leven is alles duidelijk en alles mogelijk. Er is geen angst om te dromen en te verlangen.’
Jonge mensen staan in essentie bijzonder open voor hun eigen verhaal maar gaandeweg wordt het steeds moeilijker om hier dichtbij te blijven. En als je het contact met je eigen verhaal kwijt raakt, dan is de vraag wiens verhaal- verlangens, verwachtingen en dromen over wie je zou moeten zijn- je dan leeft. Als je andermans verhaal leeft, kun je nooit optimaal je talenten inzetten; je wordt dan geleefd en raakt daardoor vroeg of laat uit koers.

Daarom is het zo essentieel dat jonge mensen, wanneer ze het meest er voor open staan, te begeleiden in het helder krijgen van wat hen inspireert, wat hun dromen zijn en hoe ze die concreet denken vorm te geven. Onderzoek onder studenten in Amerika laat zien dat de studenten die een heldere visie hadden over hun ideale toekomst (slechts 3%) na tien jaar 90% van het gezamelijke inkomen van de hele groep verdienden.Het levert op alle fronten dus veel op als er ruimte is om te dromen en te leren die dromen te realiseren.

J.F. Kennedy heeft eens gezegd dat we mensen nodig hebben die kunnen dromen van oplossingen die nog niet bestaan. Ik vind die uitspraak actueler dan ooit. Deze onzekere tijd met al zijn uitdagingen vraagt om die mensen. En jongeren, die nog in mogelijkheden en kansen denken, lijken me uitgerust voor die taak. Maar alleen als we ze de kans geven. Alleen het overbrengen van kennis en kunde, zoals in het huidige onderwijs gebeurt, zal jonge mensen daarbij niet helpen, want kennis is gelimiteerd en verbeelding is zonder grenzen.
Als jongeren de kracht van hun dromen benutten en de stuurkracht inzetten die vrijkomt als ze geïnspireerd zijn door hun eigen verhaal, kan de voorspelling van Nelson Mandela (ook een volwassen leider die eerst zijn innerlijk leiderschap ontwikkelde) wel eens uitkomen, namelijk: ‘Soms valt het een generatie toe om groots te zijn. Jullie kunnen die generatie zijn.’

Marita Coppes 2009

1 Creatiespiraal, Marinus Knoope blz 58.

Volgen Marita Coppes:

storyteller

Marita Coppes, schrijver van De laatste verhalenweefster bij Ambo Anthos, docent bij de Nationale vertelschool en loopbaancoach.

Laatste berichten van

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.